Ga naar inhoud

Duitse hardware start-ups moeten label ‘made in Germany’ opfrissen

Apps bouwen, dat is iets van gisteren. Steeds meer ondernemers willen echte hightechproducten maken - geen virtuele. In de VS worden inmiddels miljarden neergelegd voor start-ups met slimme hardwareproducten. In Duitsland is het nog niet zo ver, toch willen enkele start-ups het label 'Made in Germany' opfrissen. Een ding ontbreekt nog en dat is geld.

Het stoorde hobbyfilmer en hardware-knutselaar Felix Kochbeck twee jaar geleden dat zijn uit de hand gedraaid skateboardvideo’s er wel erg  schokkerig uitzagen. Grote camera’s worden op duizenden euro’s dure steadycam-statieven gemonteerd om dat probleem te verhelpen. Maar voor de geliefde kleine camera’s van het type GoPro was er tot voor kort niets vergelijkbaars.

Kochbecks idee maakte vrienden en kennissen zo enthousiast, dat er een potentieel voor een commercieel succes ontstond. Drie vrienden ondersteunden hem, samen begonnen ze in Berlijn de hardware-start-up Luuv. Ze investeerden 2.000 euro in een 3D-printer en begonnen met de ontwikkeling van een serieproductie.

De pitch-video op Indiegogo van Luuv.

Met echte producten echt geld verdienen

Luuv is slechts één van de honderden start-ups die meezwemmen met de golf aan nieuwe bedrijfjes in Berlijn. Maar terwijl andere start-ups op zoek waren naar een nieuwe foto-app, de volgende chatdienst, of andere luchtkastelen verzonnen, hebben Felix Kochbeck en zijn mede-oprichters een concreet product, dat ze in serie produceren en verkopen moeten.

Ze kunnen niet snel een app in Apples App-Store online zetten en op miljoenen gebruikers hopen. In plaats daarvan hebben ze mallen nodig, een fabriek, een afzetnetwerk en ze moeten er over nadenken hoe garantie werkt en kennis vergaren over logistiek. “Voor ons is de start zeker moeilijker – er is geen centraal infopunt. En we moeten oppassen dat we niet te snel alles uit handen geven en ons dan over de tafel laten trekken”, zegt Tim Kirchner, de financiële man bij Luuv, in een interview met Die Welt.

‘Hardware is hard’, zo luidt een tegeltjeswijsheid uit het Amerikaanse start-up-mekka Silicon Valley. Waar hardware-start-ups aan het begin van de hype zo’n 4 tot 5 jaar geleden op wantrouwen bij investeerders stuitten vanwege de complexiteit van hun plannen, zijn zij inmiddels diegenen die echt geld verdienen kunnen.

Hardware-revolutie na app-revolutie

Google telde begin dit jaar 3,2 miljard dollar neer voor een klein Amerikaans bedrijfje met de naam Nest, dat tot dan toe enkel een rookmelder en een thermostaat had gemaakt. Pas toen kregen ook investeerders door dat hier de volgende tech-hype zal ontstaan. Op dat moment kwam het bericht dat Facebook 3D-brillen-start-up Oculus voor 2 miljard euro kocht.

Reclamevideo van Nest.

In de schaduw van de revolutie met mobiele telefoons en tablets is een hele rij van handige hardware uitgevonden die dankzij die revolutie eenvoudige apparaten volledig opnieuw uitvinden, of oude problemen met nieuwe hardware intelligenter oplossen.

“De ontwikkeling van smartphones heeft ongelofelijk veel mini-sensoren en processoren opgeleverd”, vertelde Nest-founder Tony Fadell in januari tegen Die Welt. “En omdat er inmiddels miljarden smartphones zijn, worden deze componenten massaal geproduceerd, wat ze goedkoper heeft gemaakt. Daarom kan je ze als bouwstenen voor apparaten beschouwen.”

“Bovendien hebben smartphones de verwachtingen van klanten veranderd. Ze zien hun oude apparaten met nieuwe ogen, zien ze eerder als onnodig, dom en gecompliceerd te bedienen. We hebben dus een potentieel grote klantenbasis.”

Oude producten opnieuw uitvinden

Daarmee worden start-ups steeds vaker serieuze concurrenten voor gevestigde hardwarebedrijven. Zo is Nest verwikkeld in een harde concurrentiestrijd met de Amerikaanse thermostaatfabrikant Honeywell. Volgens Fadell hebben conventionele bedrijven het er maar moeilijk mee om hun eigen product te innoveren. “Het is niet genoeg om een beeldscherm in het design te proppen. Apparaten moeten vanaf de grond weer opnieuw worden uitgevonden en volledig opnieuw bedacht worden.” Maar waar start-ups op dat punt de gevestigde bedrijven ver vooruit zijn, ontbreekt het ze aan het geld en vakkennis over productie en logistiek.

Toch lijken die problemen intussen veel eenvoudiger op te lossen dan 5 jaar geleden. Een 3D-printer voor het ontwikkelen van een prototype kost nog maar 2.000 euro, en er zijn netwerken die de distributie kunnen overnemen. Bovendien speuren investeerders naar de volgende Nest of Oculus. In 2013 staken Amerikaanse investeerders 848 miljoen dollar in hardwarestart-ups. Dat is dubbel zo veel als in 2012.

Duitsland is nog niet zo ver

Maar Duitsland is nog niet zo ver. Duitse hardwarestart-ups gelden nog een beetje als stiefkinderen in de scene. Volgens branchevereniging Bitkom zamelden ze vorig jaar 17 miljoen euro in.

Dat schrikt de oprichters van Luuv niet af. Zij willen via crowdfunding op Indiegogo geld inzamelen om de kloof tussen prototype en massaproductie te overbruggen. Fans kunnen 259 euro inleggen, bestellen daarmee de eerste versie en betalen zo mee aan de ontwikkelingskosten. Inmiddels hebben ze al 59.600 dollar ingezameld. “Succes op Indiegogo zorgt ook voor vertrouwen bij onderhandelingen met andere investeerders”, zegt Tim Kirchner. “Het laat zien dat ons product een marktpotentie heeft.”

Gat tussen prototype en productie

Toch blijft het zoeken naar goede partners voor de massaproductie. “Tussen het laatste prototype en het eerste geleverde serieproduct, dreigt een ‘dal des doods’, zegt Christian Bogatu, oprichter van de Berlijnse hardwarestart-up Kiwi.Ki die sleutels overbodig wil maken. Bogatu weet waar hij het over heeft, hij stond al aan de wieg van twee andere start-ups die nu succesvol zijn. “Veel start-ups onderschatten hoeveel kapitaal je nodig hebt om de start van de serieproductie te bereiken. Of ze gaan het schip in tijdens onderhandelingen met de producenten.”

“Tussen het laatste prototype en het eerste geleverde serieproduct, dreigt een ‘dal des doods’, zegt Christian Bogatu, van Kiwi.Ki. Beeld: Kiwi.Ki
“Tussen het laatste prototype en het eerste geleverde serieproduct, dreigt een ‘dal des doods’, zegt Christian Bogatu, van Kiwi.Ki. Beeld: Kiwi.Ki

Bogatu raadt aan om eerst klein te beginnen en om dan met Duitse productiepartners rond de tafel te gaan zitten. “In Berlijn is er intussen een heel netwerk van mkb’ers daarvoor. Die zijn misschien duurder dan Chinese bedrijven, maar je kunt er wel even met de metro naartoe rijden.”

En om de kennis van productiepartners en de verkooplogistiek te bundelen, richtte Bogatu samen met het Berlijnse start-upcentrum Betahaus en de start-upbeurs Hy! Berlin het netwerk Hardware Berlin op. Zo moeten Berlijnse start-ups sneller ondersteuning krijgen. “Het thema ‘hardware’ is door de hype rond de software en e-commerce start-ups een beetje uit het zicht verdwenen”, zegt Bogatu. De ondernemer wil het predikaat ‘made in Germany’ moderniseren en terug in de spotlights brengen.

Duitslandnieuws over start-ups

Lees de Duitslandnieuws nieuwsbrief »

Blijf op de hoogte van politiek en economisch nieuws uit Duitsland Schrijf je in voor de Duitslandnieuws nieuwsbrief

Find this content useful? Share it with your friends!

Artikel door: